big Vief Drents

DRENTS HEIDESCHAAP

Op de afzienbare heidevlaktes in Europa graasden eeuwenlang (heide)schapen. Deze dieren vormden de basis van de boereneconomie. Vanaf ongeveer 4.000 voor Chr. kwamen er heideschapen in Drenthe voor.

Iedere regio had zijn eigen schapenras, aangepast aan de voedselkwaliteit van de heide ter plaatse. In Drenthe kwamen twee schapenrassen voor: het Drents Heideschaap & de Schoonebeeker.

 

Op de hoger gelegen zandgronden met weinig voedselaanbod was dat het Drents Heideschaap: een klein, sober dier dat doorgaans één lam per jaar voorbracht. Het schaap is met zijn horens, veelkleurigheid, harige vacht en lange staart een opvallende verschijning. Het behoort tot de oerrassen van Europa en is het oudste schapenras van West-Europa.

 

Het schaap werd vroeger in Drenthe gehouden op arme, onvruchtbare ruige heidegronden. Het leverde vlees, vacht, maar vooral mest, welke in de schaapskooien werd opgevangen om de akkers te bemesten. Door de intrede van moderne landbouwtechnieken en kunstmest verdween de functie van het Drents Heideschaap en kwam het oorspronkelijke leefgebied in het gedrang. Heidevelden werden landbouwgebieden en het Drents Heideschaap maakte plaats voor meer productieve vleesrassen als de Texelaar. In de jaren ’70 van de vorige eeuw waren er slechts ongeveer 100 Drentse Heideschapen over. Door de gezamenlijke inspanning van kuddes en hobbyisten is het Drents Heideschaap echter gered. De populatie bestaat nu uit ruim 2000 fokooien en is groeiende.

 

De schapen vormen zowel in cultuurhistorisch als in visueel-landschappelijk opzicht een belangrijk element. Daarnaast krijgen de dieren weer waardering voor de belangrijke functie die ze vervullen binnen het natuurbeheer.

Drents Heideschaap Drents Big Vief