big Vief Drents

GRONINGER BLAARKOP

A.K.A DE POLDERPANDA

Drenthe heeft lang haar eigen slag runderen gehad: Heisnikken of Poepen. Deze kleine, magere dieren werden vooral gebruikt voor de mestproductie. Met de komst van kunstmest en de populariteit van hoog producerende melkrassen, hebben zij het niet overleefd. Omdat Groningen een naaste buurprovincie is, heeft de Groninger Blaarkop een plek in de Drents Big Vief gekregen.

 

Van oudsher komt de Blaarkop voor in de provincie Groningen. De blaarkop is van oorsprong een dubbeldoelkoe van het vlees-melktype (60%-40%). Blaarkoppen zijn dus gefokt met iets meer nadruk op de vleesaanzet dan op melkproductie.

 

De Blaarkop is een oud runderras, dat al in de late Middeleeuwen werd beschreven. Rondom de ogen heeft de blaarkop een zwarte of rode vlek, de ‘blaar’. Vanwege haar opvallende verschijning wordt de Blaarkop, heel chique, ‘de koe in jacquet’ genoemd.

De dieren werden regelmatig op schilderijen weergegeven, met zowel rode als zwarte blaarkoppen. Veehandelaren kochten eind 19e eeuw graag blaarkoppen op als slachtvee voor de Londense veemarkt. De vleeskwaliteiten van de Blaarkop worden ook in Nederland al sinds lang zeer gewaardeerd.

 

Na een sterk dalende lijn in aantal vanaf 1970 vanwege een sterke drang naar een zo hoog mogelijke melkproductie in de melkveehouderij, is de Blaarkop in de categorie ‘zeldzaam ras’ terechtgekomen. Sinds 2000 staat het ras meer positief in de belangstelling omdat het zeer geschikt blijkt te zijn voor de biologische melkveehouderij vanwege zijn soberheid en duurzaamheid.

Groninger Blaarkop Drents Big Vief